Thema van de maand: Jaarrekeningen opstellen, vaststellen en deponeren.

Vrijstelling van de consolidatieplicht voor tussenhoudermaatschappijen

Volgens artikel 2:406 BW dient een entiteit die aan het hoofd van een groep staat een geconsolideerde jaarrekening op te stellen. Artikel 2:408 BW biedt een uitzonderingsmogelijkheid.

Vrijstelling van de consolidatieplicht voor tussenhoudermaatschappijen

Artikel 2:408 BW  behandelt de vrijstelling van de consolidatieplicht voor tussenhoudermaatschappijen. Het artikel biedt entiteiten die aan het hoofd van een groep staan een mogelijkheid om enkel een enkelvoudige jaarrekening en geen geconsolideerde jaarrekening op te stellen.

Eén van de voorwaarden is dat de financiële gegevens van de entiteit die zonder toepassing van het artikel zou moeten consolideren zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van een groter geheel. In casu betekent dit vaak dat de moeder van de entiteit een geconsolideerde jaarrekening opstelt waarin de financiële gegevens van de entiteit zijn opgenomen.

De gedachtegang van de wetgever is dat het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening voor een tussenholding voor de gebruiker van de jaarrekening weinig additioneel inzicht geeft als de entiteit deel uitmaakt van een groter geheel en het grotere geheel al een geconsolideerde jaarrekening opstelt, vaststelt en deponeert.

Artikel 2:408 BW:

1. Consolidatie van een groepsdeel mag achterwege blijven, mits:

a. niet binnen zes maanden na de aanvang van het boekjaar daartegen schriftelijk bezwaar bij de rechtspersoon is gemaakt door ten minste een tiende der leden of door houders van ten minste een tiende van het geplaatste kapitaal;

b. de financiële gegevens die de rechtspersoon zou moeten consolideren zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van een groter geheel;

c. de geconsolideerde jaarrekening en het bestuursverslag zijn opgesteld overeenkomstig de voorschriften van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182), indien deze voorschriften niet behoeven te zijn gevolgd, op gelijkwaardige wijze;

d. de geconsolideerde jaarrekening met accountantsverklaring en bestuursverslag, voor zover niet gesteld of vertaald in het Nederlands, zijn gesteld of vertaald in het Frans, Duits of Engels, en wel in de zelfde taal; en e. telkens binnen zes maanden na de balansdatum of binnen een maand na een geoorloofde latere openbaarmaking ten kantore van het handelsregister de in onderdeel d genoemde stukken of vertalingen zijn neergelegd.

2. Onze Minister van Justitie kan voorschriften voor de jaarrekening aanwijzen die, zo nodig aangevuld met door hem gegeven voorschriften, als gelijkwaardig zullen gelden aan voorschriften overeenkomstig richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182). Intrekking van een aanwijzing kan slechts boekjaren betreffen die nog niet zijn begonnen.

3. De rechtspersoon moet de toepassing van lid 1 in de toelichting vermelden.

4. Dit artikel is niet van toepassing op een rechtspersoon waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is.