Thema van de maand: Jaarrekeningen opstellen, vaststellen en deponeren.

Valt een stichting of een vereniging onder Titel 9 Boek 2 BW?

Stichtingen en verenigingen vallen in beginsel niet onder Titel 9 Boek 2 BW (art 2:360 lid 1 BW). Dit artikel behandelt de uitzonderingen. De uitzonderingen zijn de situaties waarin Titel 9 Boek 2 BW wel van toepassing is op een stichting of een vereniging.

Relevante leden uit artikel 360 boek 2 van het burgerlijk wetboek:

  • 2:360 lid 1 BW – Deze titel is van toepassing op de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Ongeacht hun rechtsvorm is deze titel op banken als bedoeld in artikel 415, betaalinstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en elektronischgeldinstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht van toepassing.
  • 2:360 lid 3 BW – Deze titel is eveneens van toepassing op de stichting en de vereniging die een of meer ondernemingen in stand houden welke ingevolge de wet in het handelsregister moeten worden ingeschreven, indien de netto-omzet van deze ondernemingen gedurende twee opeenvolgende boekjaren zonder onderbreking nadien gedurende twee opeenvolgende boekjaren, de helft of meer bedraagt van het in artikel 396 lid 1, onder b, bedoelde bedrag, zoals gewijzigd op grond van artikel 398 lid 4. Indien de stichting of vereniging bij of krachtens de wet verplicht is een financiële verantwoording op te stellen die gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in deze titel en indien deze openbaar wordt gemaakt, blijft de eerste volzin buiten toepassing.

Uitzonderingen waarin een stichting of vereniging onder Titel 9 Boek 2 BW valt:

  • Commerciële stichting of vereniging;
  • Stichting of vereniging die bij of krachtens de wet verplicht is een financiële verantwoording op te stellen die gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in Titel 9 Boek 2 BW en indien deze openbaar wordt gemaakt.

Commerciële stichting of vereniging

Stichtingen of verenigingen zijn ondernemingen indien met activiteiten die als ondernemingsactiviteiten kwalificeren (activiteiten die ingevolge de wet in het handelsregister moeten worden ingeschreven) voor het tweede jaar achtereen de helft van de omzet uit het criterium van 2:396 lid 1b realiseren (de helft van 12 miljoen euro maakt 6 miljoen euro). De 6 miljoen euro betreft enkel de omzet van de ondernemingen van de stichting of van de vereniging. Het is in deze niet relevant of de ondernemingsactiviteiten ook daadwerkelijk als zodanig zijn ingeschreven in het handelsregister.

De definitie van een onderneming volgens het Handelsregisterbesluit: Voldoende zelfstandig optredende organisatorische eenheid van één of meer personen, waarin door voldoende inbreng van arbeid of middelen ten behoeve van derden diensten of goederen worden geleverd, of werken tot stand worden gebracht met het oogmerk daarmee materieel voordoel te behalen.

Voorbeeld: een museum in de vorm van een stichting met een restaurant voor bezoekers. Indien met de restaurantactiviteiten twee jaar achtereen minimaal 6 miljoen euro omzet gegenereerd wordt, is sprake van een commerciële stichting en is Titel 9 boek 2 van toepassing.

Stichtingen of verenigingen die bij of krachtens de wet verplicht zijn een financiële verantwoording op te stellen die gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in titel 9 BW2 en indien deze openbaar wordt gemaakt

Ook stichtingen of verenigingen die bij of krachtens de wet verplicht zijn een financiële verantwoording op te stellen die gelijkwaardig is aan een jaarrekening als bedoeld in titel 9 BW2 en indien deze openbaar wordt gemaakt vallen onder Titel 9 Boek 2 BW.

Grootteregime

Valt een stichting of een vereniging door de ondernemingsactiviteiten onder Titel 9 Boek 2 BW, dan dient vervolgens voor de stichting of vereniging als geheel (dus zowel ondernemings- als niet ondernemingsactiviteiten) bepaald te worden welk grootteregime van toepassing is.