Thema van de maand: Jaarrekeningen opstellen, vaststellen en deponeren.

Operational of financial lease

Lease is een veelgebruikte financieringsvorm. Centraal bij lease staat de financiering van een goed door de lessor (verstrekker van de lease) aan de lessee (ontvanger van de lease). Lease komt in beginsel in twee vormen voor: operational lease en financial lease. In dit artikel worden de verschillen tussen beide vormen behandeld inclusief de impact hiervan op de jaarrekening.

Operational lease

Bij operationel lease betaalt de lessee maandelijks een vast bedrag voor het gebruik van het goed. Operational lease lijkt op huur. In het operational leasetarief zijn componenten als onderhoud en verzekeringen veelal opgenomen. De operational leaseovereenkomst heeft veelal een kortere duur dan de economische levensduur van het goed. Het economische risico ligt bij de lessor.

Financial lease

Bij financial lease betaalt de lessee rente en lost de financial lease af. Financial lease lijkt sterk op huurkoop. De lessor stelt het goed ter beschikking aan de lessee. De financial leaseovereenkomst heeft veelal een duur gelijk aan de economische levensduur van het goed. Tussentijds opzeggen behoort niet tot de mogelijkheden. De lessee ontvangt een koopoptie in het financial leasecontract om het goed tegen het einde van de looptijd tegen een symbolisch bedrag over te nemen. Het economische risico ligt bij de lessee.

Verschillen tussen operational en financial lease
Helaas is het verschil tussen operational en financial lease vaak niet eenvoudig te duiden. Elke lease is uniek. Of een lease kwalificeert als operational of financial lease dient op basis van hetgeen overeengekomen bepaald te worden.

Beknopte beschrijving van de verwerking in de jaarrekening

Operational lease

Lessor –De lessor activeert het goed en schrijft hier stelselmatig over de gebruiksduur op af. De leaseopbrengst wordt als omzet verantwoord.

Lessee –De lessee neemt enkel de kosten van de operational lease op in de resultatenrekening.

Financial lease

Lessor –De lessor neemt de contante waarde van de in de toekomst te ontvangen leasetermijnen van de lessee op. Het verschil tussen de contante waarde van de in de toekomst te ontvangen leasetermijnen van de lessee en de boekwaarde van het geleaste actief wordt als omzet in de resultatenrekening verantwoord.

Lessee –De lessee activeert het goed en neemt op basis van de contante waarde van de leaseverplichtingen een leaseverplichting op. Het actief wordt stelselmatig over de gebruiksduur afgeschreven. Periodiek wordt op de leaseverplichting afgelost. Over de leaseverplichting wordt rente berekend.