Thema van de maand: Jaarrekeningen opstellen, vaststellen en deponeren.

Groottecriteria – micro, klein, middelgroot en groot

Iedere Nederlandse besloten- of naamloze vennootschap moet volgens Titel 9 boek 2 BW jaarlijks een jaarrekening opmaken en deponeren. De jaarverslaggevingsregelgeving biedt met betrekking tot de inrichting van de jaarrekening en de deponeringsvereisten vrijstellingen en verlichtingen. Deze vrijstelling en verlichtingen zijn afhankelijk van de grootte van de vennootschap.

De vier verschillende groottecriteria zijn: micro, klein, middelgroot en groot. Voor de categorieën micro, klein of middelgroot is een tabel met criteria opgesteld. Een vennootschap valt in een bepaalde groottecategorie wanneer het gedurende twee opvolgende boekjaren aan minimaal twee van de criteria in de tabel voldoet.

Micro Klein Middelgroot
Activa < 350.000 < 6.000.000 < 20.000.000
Omzet < 700.000 <12.000.000 < 40.000.000
Aantal werknemers < 10 <50 < 250

Wanneer een vennootschap niet in de genoemde drie groottecriteria valt, betreft het een grote onderneming. Een grote onderneming dient Titel 9 boek 2 BW volledig toe te passen (zonder vrijstellingen en verlichtingen bij de inrichting van de jaarrekening en de deponeringsvereisten).

Verschillen per groottecategorie zien bijvoorbeeld toe op het wel of niet verplicht laten controleren van de jaarrekening (vanaf middelgroot), vrijstelling voor het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening (micro en klein) en verlichtingen bij te deponeren stukken (beperkte balans bij micro).

Voorbeeld van klein naar middelgroot:

Een onderneming had in 2019 een balanstotaal van 5 miljoen (K), een omzet van 13 miljoen (M) en 40 medewerkers (K). In 2019 voldoet de onderneming aan één van de drie criteria voor middelgroot en aan twee van de drie criteria voor klein. We gaan er voor het voorbeeld even vanuit dat de onderneming in 2018 ook in de categorie klein viel en derhalve ook in 2019 in de categorie klein blijft.

De onderneming had in 2020 een balanstotaal van 7 miljoen (M), een omzet van 15 miljoen (M) en 44 medewerkers (K). In 2020 voldoet de onderneming aan twee van de drie criteria voor middelgroot. Omdat gedurende twee opvolgende boekjaren aan de criteria voor middelgroot voldaan moet worden (en in 2019 categorie klein van toepassing was), geldt 2020 als overgangsjaar en blijft de onderneming in 2020 onder de categorie klein (en geldt bijvoorbeeld in beginsel geen controleplicht).

De onderneming verwacht in 2021 een balanstotaal van 8 miljoen (M), een omzet van 17 miljoen (M) en 48 medewerkers (K). In 2020 voldeed de onderneming al aan twee van de drie criteria voor middelgroot. Als de verwachting voor 2021 gerealiseerd wordt, heeft de onderneming gedurende twee opvolgende boekjaren aan minimaal twee van de drie criteria voor middelgroot voldaan en valt de onderneming in categorie middelgroot. Dit heeft implicaties, zoals bijvoorbeeld een controleplicht.

Voorbeeld van middelgroot naar klein:

Hetzelfde voorbeeld als van klein naar middelgroot, maar dan precies andersom geldt (dus ook inclusief het overgangsjaar waarbij twee van de drie criteria klein van toepassing is en de onderneming middelgroot en controleplichtig blijft).

Meer informatie?

Weten welke vrijstellingen en verlichtingen met betrekking tot de inrichting van de jaarrekening en de deponeringsvereisten bij uw BV(‘s) van toepassing zijn? Neem contact met ons op.