Thema van de maand: Jaarrekeningen opstellen, vaststellen en deponeren.

408-verklaring / vrijstelling van consolidatie voor een tussenhoudstermaatschappij

Rechtspersonen die aan het hoofd van een groep staan moeten in beginsel een geconsolideerde jaarrekening opstellen (art. 2:406 BW). Voor tussenhoudstermaatschappijen geldt een mogelijkheid tot vrijstelling op grond van de 408-verklaring. Deze vrijstelling wordt in dit artikel behandeld.

Wat is een tussenhoudstermaatschappij?

Een tussenhoudstermaatschappij is een Nederlandse vennootschap met minimaal één te consolideren deelneming, waarvan de meerderheid van de aandelen van de tussenhoudstermaatschappij onderdeel uitmaken van één of meer andere groep(en). Deze andere groep(en) stellen een geconsolideerde jaarrekening op.

Wat is een 408-verklaring?

Een 408-verklaring staat voor het wetsartikel 2:408 uit het burgerlijk wetboek.

Wat zijn de voorwaarden voor het toepassen van de 408-verklaring?

Onderaan dit artikel is de complete tekst van dit wetsartikel opgenomen. De compacter beschreven voorwaarden voor toepassing van een 408-verklaring zijn:

  • Max 10% van de aandeelhouders / leden heeft bezwaar tegen toepassing van de 408-verklaring (binnen 6 maanden na aanvang boekjaar)
  • De gegevens van de tussenholding (enkelvoudig) en de gegevens van de deelneming(en) van de tussenholding die anders geconsolideerd zouden worden, zijn opgenomen in een andere geconsolideerde jaarrekening, waarbij de integrale consolidatiemethode is toegepast.
  • Deze geconsolideerde jaarrekening voldoet aan EU-richtlijnen (bijvoorbeeld NL GAAP of IFRS), is opgesteld of vertaald in het Nederlands, Frans, Duits of Engels en wordt binnen 6 maanden na einde boekjaar gedeponeerd. De jaarrekening van de tussenhoudstermaatschappij wordt uiterlijk 8 dagen na de vaststelling daarvan gedeponeerd.
    • Bij een geconsolideerde jaarrekening die bij het Nederlandse handelsregister is gedeponeerd, kan hiernaar verwezen worden in de jaarrekening van de tussenhoudstermaatschappij (De financiële gegevens van de vennootschap en haar dochtermaatschappijen zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening … van … te …).
    • Heeft de geconsolideerde jaarrekening betrekking op een buitenlandse moedermaatschappij die niet in het Nederlandse handelsregister deponeert, dan deponeert de tussenhoudstermaatschappij in het Nederlandse handelsregister de geconsolideerde jaarrekening (een verwijzing opnemen naar een buitenlands register volstaat niet).
  • In de toelichting wordt vermeld dat gebruik wordt gemaakt van de vrijstelling.
  • De tussenhoudster is niet toegelaten tot de handel op een beurs.

Artikel 2:408 BW

1. Consolidatie van een groepsdeel mag achterwege blijven, mits:

a. niet binnen zes maanden na de aanvang van het boekjaar daartegen schriftelijk bezwaar bij de rechtspersoon is gemaakt door ten minste een tiende der leden of door houders van ten minste een tiende van het geplaatste kapitaal;

b. de financiële gegevens die de rechtspersoon zou moeten consolideren zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van een groter geheel;

c. de geconsolideerde jaarrekening en het bestuursverslag zijn opgesteld overeenkomstig de voorschriften van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182), indien deze voorschriften niet behoeven te zijn gevolgd, op gelijkwaardige wijze;

d. de geconsolideerde jaarrekening met accountantsverklaring en bestuursverslag, voor zover niet gesteld of vertaald in het Nederlands, zijn gesteld of vertaald in het Frans, Duits of Engels, en wel in de zelfde taal; en

e. telkens binnen zes maanden na de balansdatum of binnen een maand na een geoorloofde latere openbaarmaking ten kantore van het handelsregister de in onderdeel d genoemde stukken of vertalingen zijn neergelegd.

2.Onze Minister van Justitie kan voorschriften voor de jaarrekening aanwijzen die, zo nodig aangevuld met door hem gegeven voorschriften, als gelijkwaardig zullen gelden aan voorschriften overeenkomstig richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182). Intrekking van een aanwijzing kan slechts boekjaren betreffen die nog niet zijn begonnen.

3.De rechtspersoon moet de toepassing van lid 1 in de toelichting vermelden.

4.Dit artikel is niet van toepassing op een rechtspersoon waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is.